Nieuwe website

Welkom op onze nieuwe website! Na 6 jaar werd het tijd voor iets nieuws. De website was niet langer functioneel meer, en social media was er niet in geintegreerd. Wat ons betreft kon dat niet langer. Via deze website kunt u ook alle groepen volgen. Iedere groep heeft een eigen pagina waarin ze allerlei activiteiten kunnen laten zien of waarin ze kunnen verwijzen naar hun eigen pagina op facebook of wordpress. Ik wens u veel plezier en  tips zijn altijd welkom!

Vriendelijke groeten,
Angela Horsten,
directeur.

Onderwijsconcept

Basisschool Klinkers is een school die dicht staat bij de maatschappij van nu. Onze school verzorgt onderwijs dat past bij de 21e eeuw. Wij geven betekenisvol onderwijs en laten kinderen leren in samenhang door middel van de kernconcepten. Het kernconcept is een thema waar binnen de school zo’n 6 weken aan gewerkt wordt. Hierbij wordt rekening gehouden met de talenten en leerstijlen van de kinderen. Er wordt kindgericht onderwijs verzorgd. Dit vraagt de nodige vaardigheden van leerkrachten en partnerschap met ouders. Ontwikkelingsgericht onderwijs verzorgen is hierbij het uitgangspunt. De levensechtheid van het onderwijs is opvallend, en ook dat de leerlingen geconfronteerd worden met echte, uitdagende problemen waar de groep als geheel mee aan de slag gaat. In het volgende stuk tekst wordt uitgebreider ingegaan op de uitgangspunten van het ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO.)

Ontwikkelingsgericht onderwijs

Ontwikkelingsgericht onderwijs neemt kinderen serieus. Het sluit aan bij de interesses en spreekt hen van jongs af aan op hun vermogen tot handelen en nadenken. Op deze manier maken wij onze kinderen tot deelnemers in allerhande sociaal-culturele activiteiten. Het is van belang dat kinderen later actieve, betrokken deelnemers worden in kleine en grote samenlevingsverbanden; deelnemers die de geldende “regels van het spel” op creatieve en kritische manieren kunnen hanteren. En dat leer je alleen door het te doen. Op basisschool Klinkers is een aantal zaken van belang voor het inrichten van het onderwijs:        

het leren moet betekenisvol zijn voor de kinderen en er moet samenhang zijn tussen de diverse leerdomeinen.

Bij iedere activiteit die de leerkracht bedenkt, staat het leerdoel centraal. Naar aanleiding daarvan wordt bekeken hoe de doelen geïntegreerd kunnen worden in het kernconcept. Het kernconcept is een thema waar binnen de school zo’n 6 weken aan wordt gewerkt. Verderop in de schoolgids komen we hier uitgebreid op terug.

 De rol van de leerling

Ontwikkelingsgericht onderwijs ziet de leerlingen als personen die, hoe jong ze ook zijn, kunnen en willen deelnemen aan tal van interessante, gezamenlijk sociaal-culturele activiteiten, en daaraan een eigen bijdrage kunnen leveren. In die deelname kunnen zij zodanig gestuurd worden door anderen (door medeleerlingen, maar vooral door de leerkracht) dat zij boven hun mogelijkheden van dat moment uitstijgen. Natuurlijk zijn er door hun aanleg, karakter en door wat zij tot dan toe aan kennis en vaardigheden verworven hebben, grenzen aan wat mogelijk is. Maar het is van belang om te weten dat kinderen door interactie met anderen onderwijsbaar en ontwikkelbaar zijn. Steeds vindt het kind –samen met de leerkracht– mogelijkheden om ook dat te doen wat hij eerst anderen zag doen. Daardoor kunnen kinderen taken steeds zelfstandiger volbrengen. Ontwikkelingsgericht onderwijs is steeds op zoek naar de betekenisvolle situaties voor het kind. Zij moeten de activiteiten als zinvol gaan ervaren. Lezen wordt bijvoorbeeld echt “van hen” als zij van jongs af aan ervaren hebben dat het voor hen zinvol is. Daarnaast leren kinderen dat de wereld nog veel groter wordt als je kunt lezen en schrijven.

 De rol van de leerkracht

 In het OGO is een beslissende rol neergelegd voor de leerkracht. Deze is verantwoordelijk voor het in balans houden van de persoonlijke belangen van het kind en de bedoelingen die de school heeft met het kind. De leerkracht probeert als pedagoog en cultuuroverdrager steeds het dilemma tussen kindgerichtheid en leerstofgerichtheid in evenwicht te houden. In de eerste plaats  ontwerpt de leerkracht, in samenspraak met de leerlingen, betekenisvolle activiteiten waarbinnen gehandeld wordt. Deze activiteiten zijn bedoeld om de wereld te gaan begrijpen, kennis te verwerven, en nieuwe kennis te ontwikkelen. Deze activiteiten zijn ook de omgeving waarin bepaalde vaardigheden, normen, waarden en houdingen worden geleerd. In de tweede plaats draagt de leerkracht zorg voor het tot stand komen van een zone van naaste ontwikkeling. Die zone bestaat uit activiteiten waaraan de leerlingen kunnen en willen deelnemen, maar die nog niet zelfstandig tot een goed einde gebracht kunnen worden. Om te zorgen dat de leerlingen met de betreffende activiteiten mee willen doen, zorgt de leerkracht dat er uitdagende, zinvolle problemen opgeworpen worden. De leerkracht stemt zich af op de groep leerlingen, luistert wat hen bezig houdt en vormt op het juiste moment de kwesties om te komen tot een echte probleemstelling, dat mogelijkheden biedt tot leren.  Dit samen aanpakken van problemen geeft de groep een karakter van een echte leergemeenschap. Het opwerpen van en nadenken over deze vragen, is de taak van de leerkracht. Op deze manier krijgen kinderen de kans  om betrokken te worden in leerproces. Dat maakt het voor kinderen betekenisvol.  Zij krijgen de kans om zichzelf steeds de vraag te stellen: Wat kan en wil ik met deze betekenissen?

 De spel- en leeractiviteit

De activiteiten in de leeftijd van 4-7 jaar hebben met name het spelkarakter. Vanaf een jaar of 8 wordt het leren zelf meer leidend. Kinderen nemen dan meer een onderzoekende houding aan. De kinderen nemen geen kennis op maar onderzoeken kennis in samenspraak met medeleerlingen en leerkracht, om er vervolgens een geheel uit te bouwen waar zij hun eigen doelstellingen mee kunnen realiseren. De leerkracht begeleidt de activiteiten zodat er steeds een zone van naaste ontwikkeling ontstaat. De leerkracht doet mee en loopt vooruit op de ontwikkeling van het kind. De leerkracht levert de toegevoegde waarde die de leerlingen in staat stellen de activiteit tot een goed einde te brengen. Hij voert die handelingen uit, die het kind nog niet beheerst, zoals het stellen van gerichte vragen, het introduceren van een bepaald begrip, en het formuleren van suggesties voor vervolghandelingen. Om deze toegevoegde waarde te kunnen leveren, moeten de leerkrachten goed in beeld hebben wat de kinderen in een bepaalde periode kunnen en moeten leren.

 Uitgaan van talenten van kinderen

 Binnen ons schoolconcept is de vraag vooral: “Hoe ben jij knap?” Ieder kind heeft een aantal talenten. Kinderen kunnen op verschillende manier “knap” zijn: woordknap, rekenknap, beeldknap, muziekknap, beweegknap, natuurknap, mens-knap en zelf-knap. Binnen ons schoolconcept vinden wij het belangrijk om rekening te houden met de leerstijlen van kinderen.

In iedere groep leerlingen komt een brede spreiding aan leerstijlen voor. Wie een leerling aanspreekt op diens sterke kanten, mag verwachten dat de leereffecten toenemen. De uitleg aan de leerlingen moet niet meer alleen verbaal, maar ook via beelden, ritmes, schema’s en modellen, doe-activiteiten, samenwerkingsvormen, individuele reflecties en onderzoek in de praktijk overgebracht worden.

Dit heeft consequenties voor de leermiddelen. Er zullen op basisschool Klinkers andere leermaterialen worden gebruikt. De methodes zullen worden gebruikt als bronnenboek. Dit vraagt ook om een andere inrichting van lokalen en van het gebouw.

Dit verschil in leerstijlen sluit ook naadloos aan op de dialoog die wij met het kind gaan voeren m.b.t. het te voeren onderwijs. Het vraaggestuurde zal worden afgewisseld met het aanbod. De leerkracht is hierin de coach die het kind begeleidt en waar nodig prikkelt en stuurt.

Onderwijs op onze school is niet alleen een verademing voor de leerlingen, maar ook voor de leerkrachten. Ook zij kunnen weer gaan werken aan dat waar ze eigenlijk voor opgeleid zijn: uitdagen tot verwondering en nieuwsgierigheid, écht contact met leerlingen, creativiteit en inventiviteit en vanuit reflectie omgaan met de vragen die jonge mensen dagelijks op hun omgeving loslaten.